contact
sib.kat kater en poezen
neva poezen of katers
Kittenkamer
nieuws
informatie
links
Fotos hoofdpagina
Cattery Tomintoul's
youngsters
show
offspring ned
HERPLAATSING
Het maatschappelijk leven van uw kat

Nog niet zo lang geleden vertelde een vriendin van mij een akelig verhaal over haar kat dat, volgens mij, heel wat bezitters van katten bekend zal voorkomen. Nadat zij gemopperd had op haar poes die iets misdreven had, verdween het dier van huis. Ongeveer een half uur later kwam de poes weer terug; zij keek zeer zelfvoldaan en begon te miauwen om aandacht. Daarna leidde zij haar bezitster vol trots naar de tuin, waar 'een geschenk om het weer goed te maken' klaarlag. Netjes uitgestald onder een appelboom lagen de lijken van vijf jonge duiven, diertjes die nog maar net vliegen konden. Mijn vriendin begreep ogenblikkelijk, dat ze alleen uit de duiventil van haar naaste buren afkomstig konden zijn.

Het gevoel van afkeer en woede over zo'n moedwillige slachtpartij dat meteen in haar opwelde zal andere mensen wel volkomen redelijk lijken, maar haar poes zal zich door deze reactie alleen verbijsterd en gekwetst hebben gevoeld. De meeste eigenaars van katten zullen zich - en ook niet ten onrechte - heel onplezierig voelen als zij de gruwelijke overblijfselen van de laatste jachtexpeditie van hun kat te zien krijgen, maar eigenlijk moesten zij gevleid zijn dat hun dier hen deze blijk van grote waardering geeft. Door hen een gehavende spreeuw of een muis zonder kop aan te bieden, maakt de kat een gebaar waaruit liefde en dankbaarheid spreekt. In de kattenwereld heeft het aanbieden van voedsel namelijk een zeer speciale betekenis. Het is hun wijze om u te bedanken voor uw goede zorg en zij voldoen - hiermee aan hun verplichting vers vlees aan te voeren, in ruil voor de maaltijden die u hun verschaft hebt.

Door deze handelwijze staan katten hun bezitters een intieme blik toe in hun vreemde, geheime en zeer ingewikkeld opgebouwde privé-wereld.

De kattenmaatschappij
Katten worden vaak als gereserveerde, ontoeschietelijke wezens beschouwd en ze zijn zeer zeker ook veel onafhankelijker van houding dan de meeste andere tamme dieren. Het zou echter een ernstige vergissing zijn de kat als een onvriendelijke solitair te zien. Afgezien van hun jachtexpedities die zij over het algemeen als eenling uitvoeren, zijn katten in groepen levende wezens en hun maatschappelijke organisatie in het wild behoort tot de meest gecompliceerde en intelligente van het hele dierenrijk.

Binnen de groep katten, die honderd of meer dieren kan omvatten, bestaan vele duidelijk herkenbare rolpatronen, een aanzienlijke mate van samenwerking, veel affectie tussen individuele leden en een ethische opvatting omtrent gedeelde verplichtingen. Het contrast tussen hun gemeenschap en die van honden is kenmerkend, aangezien honden in wilde slaat kleinere groepen vormen, minder met elkaar samenwerken en hun opvattingen, bedoelingen en verlangens minder doelmatig overbrengen.

Veel van onze kennis over het privé-leven van katten (hetzij tamme, wilde of weer naar leven in het wild teruggekeerde (dieren) is te danken aan de ethologen, specialisten op het gebied van diergedrag. Zij observeren liever onder natuurlijke omstandigheden, dan in laboratoria strikt gecontroleerde experimenten uit te voeren. Zij volgen katten met camera's en verrekijkers, slaan hun activiteiten in het donker gade door gebruik te maken van infrarode lampen of speciale lenzen en bevestigen zelfs lichte radiozendertjes aan halsbanden om de nek van de dieren om ze, zonder hen in hun beweging te belemmeren, over lange afstanden te kunnen volgen.

Door hun werk is er nu heel wat bekend over de kattenmaatschappij en veel van wat wij geleerd hebben kan bezitters van katten helpen een beter inzicht te krijgen in wat hun huisdieren verlangen en nodig hebben.

Waarom katten groepen vormden
Duizenden jaren voor zij ertoe aangemoedigd werden de woonplaats van de mens te delen, vormden de katten al groepen. Samenwerking en de ontwikkeling van een goed opgebouwde groep waren in de wildernis méér dan een kwestie van gemak; het was het geheim van het voortbestaan.

Vergeleken bij andere roofdieren hebben katten diverse ernstige nadelen. Omdat ze klein, licht en niet zeer sterk zijn, is de prooi waarvan zij moeten leven slechts beperkt. In tegenstelling tot wat meestal wordt aangenomen, zijn zij zelfs geen meedogenloze, efficiënte moordenaars. Meer dan 90% van de vogels die zij besluipen weet te ontkomen, terwijl een muis een kans van 1 op 5 heeft om de ontmoeting met een kat te overleven.

Ter compensatie heeft de evolutie bij hen geleid tot de ontwikkeling van meer hersenen dan spierkracht, grote lenigheid, buitengewoon gevoelige zintuigen en een instinctief verlangen tot het vormen van samenwerkende groepen. Wederzijdse hulp tot nut van het algemeen is iets waarin katten uitblinken.

Zoveel nadruk op samenwerking zal u misschien overdreven voorkomen als wij denken aan het boze gehuil van katten die 's nachts vechten, of de wijze waarop katten elkaar verdringen bij een bak met eten, dit alles lijkt te wijzen op 'iedere kat voor zich'. Maar ook dit gedrag speelt een rol in het vaststellen en het handhaven van de maatschappelijke orde.

Het is een voorbeeld van het recht van de sterkste dat door de natuur wordt toegepast om het overleven van de sterkste te verzekeren. Door middel van deze, en nog talrijke andere punten van wedijver bepalen katten hun eigen strikte rangorde waarin elk dier binnen de groep een duidelijke rol wordt toebedeeld, hetgeen de sociale structuur in evenwicht houdt.

De rol van het mannetje
In een groep katten bestaat een duidelijk onderscheid in de sociale rangorde zoals die onder de wijfjes geldt, en die welke onder de mannetjes gebruikelijk is. Bij de poezen heerst een vrij losse samenhang, gebaseerd op het aantal nesten dat zij geproduceerd hebben. Bij de katers is de rangorde echter zeer strikt; ieder dier wordt zorgvuldig ingedeeld in een volgorde overeenkomstig de typisch mannelijke eigenschappen die het tentoonspreidt. Hoe zelfbewuster zo'n dier zich gedraagt, des te groter is zijn status in de groep.

Elke nieuwe, niet-gecastreerde kater die zich in de omgeving laat zien wordt onmiddellijk uitgedaagd door de katers, van de hoogste rangorde uit de groep in wier gebied hij is doorgedrongen. Over het algemeen vindt er nachten lang een serie gevechten plaats om de status van de nieuw aangekomene te bepalen. Deze strijd om de maatschappelijke positie heeft de speciale belangstelling van dr. Charles Winslow van de Afdeling Psychologie van het College van Brooklyn. Hij beschrijft de leider van een van de door hem bestudeerde groepen als 'Een snoevend heerschap, dat bazig rondschreed ... en voor wie de meeste andere dieren terugdeinsden. Hij was niet eens de grootste ... maar hij was dermate 'hanig' dat zelfs een grotere kater opvallend onderdanig tegen hem deed.'

Wanneer de groep eten werd aangeboden, kwam de leider meteen aangesneld om het op te eisen terwijl de overige dieren terugweken en geen poging deden hem te benaderen. Pas als hij genoeg had gegeten, mochten de andere katten de restanten delen. Binnen de groep namen de andere katten de plaats in die hen toekwam volgens de mate waarin zij domineerden, maar de aanwezigheid van de machtige en onbetwiste leider oefende wel druk op het sociale patroon uit.

Om te ontdekken of een dominerende rol in verband stond met het geslacht van een dier, bracht dr. Winslow expres onbekende dieren in de groep; zowel mannetjes als wijfjes, die één voor één toegevoegd werden. De reactie van de leider, 'het snoevende heerschap' bleef steeds gelijk, ongeacht het geslacht van de nieuw aangekomene.
'Nog uitdagender dan gewoonlijk zette hij zijn staart rechtop, maakte een hoge rug en schreed verwaand op het nieuwe dier af. Daarna greep hij het bij het losse vlees achterin de nek, drukte het met zijn eigen achterlijf tegen de grond en klom erop alsof hij wilde paren.' Het onfortuinlijke pas aangekomen dier werd plat op de grond gedrukt, terwijl de leider er bovenop stond, zonder zich iets van de kreten van angst en woede van het slachtoffer aan te trekken. Uiteindelijk mocht het geïntimideerde dier dan ontsnappen en zijn toevlucht zoeken op een plank of vensterbank, waar het uren lang trillend en bang bleef zitten en zelfs weigerde zich bij de anderen te voegen wanneer er eten werd gebracht.
'Een aantal dagen achtereen waren de aanvallen zeer veelvuldig, schrijft dr. Winslow, 'en de kreten van de aangevallen dieren bleven maar voortduren.' De hele groep bleef in oproer tot de aanvallen opeens in aantal afnamen en nog maar sporadisch voorkwamen; tegen die tijd was de nieuw aangekomene volkomen onderworpen en gedwee gemaakt.

Ofschoon bij de ongelijke strijd een parodie op de seksuele handeling werd uitgevoerd, viel het dr. Winslow op dat er geen enkel seksueel initiatief, hetzij hetero- of homoseksueel, in voorkwam. De aangevallen dieren gaven nooit enig teken dat zij deze handeling op prijs stelden of er zelf aan wilden deelnemen en sloegen zo gauw zij maar konden op de vlucht. Alles was er duidelijk op gericht om de dominerende rol van de leider te demonstreren en een voldoende mate aan onderworpenheid bij de nieuw aangekomene te bewerkstelligen. Zodra beide doelen bereikt waren, werd het nieuwe dier in de groep opgenomen en was de vrede hersteld.

Geen van de katten die door dr. Winslow in de groep werden gebracht heeft ooit getracht de gevestigde leider van zijn plaats te dringen. Er heerste blijkbaar duidelijk eenstemmigheid over wie er heerste en dit werd door de andere leden van de groep aan de nieuw aangekomene overgebracht.

Gedurende de waarnemingen werd de leidende kater echter ziek en moest voor behandeling uit de groep verwijderd worden. Tijdens zijn afwezigheid voltrokken zich geleidelijk wijzigingen in het gedrag van de groep. Een poosje deelden alle katten het eten op basis van gelijkheid en gedroegen zich rustig. Maar na een korte tijd begon de meest zelfbewuste onder de thans aanwezige katers zich krachtiger te doen gelden en zijn gedrag werd steeds overheersender, hoewel hij het slechts zelden noodzakelijk vond om de andere leden van de groep aan te vallen om te demonstreren wie er thans de baas was.

Een groep katten, speciaal wanneer zij in het wild leven, wordt geregeerd door één bepaalde kater. Hoe meer hij domineert, des te groter is het gebied waarover hij als onbetwiste despoot mag heersen. De grootte van zijn domein en de mate waarin hij overheerst behoeven nog geen aanwijzing te vormen voor het aantal wijfjes waarmee hij zal kunnen paren. Bovendien beperkt de dominante rol zich tot een bepaald gebied. Een kat die binnen zijn eigen gebied onvoorwaardelijk gehoorzaamheid eist, kan zich onderworpen gedragen wanneer bij zich in een onbekende omgeving bevindt. Gevechten waarbij het om status gaat of om het opnemen van een nieuw lid in de groep duren gewoonlijk verscheidene nachten. Zodra een kater echter een plaats til de rangorde is toebedeeld, zal hij alleen onder speciale omstandigheden opnieuw moeten vechten: wanneer hij deelneemt aan de 'inwijding' van een nieuw aangekomene, wanneer hij een lid van de groep uitdaagt om een hoge status te bereiken, of wanneer hij zelf uitgedaagd wordt door een eerzuchtig dier. Hoewel gevechten tussen katten angstaanjagend klinken, zijn ze - zoals meestal onder wilde dieren het geval is - over het algemeen meer symbolisch dan vernietigend. Er komt veel agressieritueel in voor, met de bedoeling dat één partij overwint zonder dat het leven van een van beide dieren ernstig gevaar loopt. Ook al grauwen en blazen ze nog zo vervaarlijk, de vechtende partijen zorgen er wel voor hun aanvallen voornamelijk te richten op de kop en de nek- en schouderpartijen die hier goed tegen bestand zijn. Wanneer er kerven in de oren voorkomen of de ogen beschadigd worden, is dit meestal het resultaat van een gevecht met een sterkere of listigere tegenstander; het kan ook gewoon een ongeluk zijn of gebeuren omdat de verdediging van het dier even verslapt.

Katers vechten ook met elkaar bij het huis van een krolse poes, om de kans met haar te kunnen paren. Ethologen beschouwen dit echter eerder als een ruzie over de rechten op een terrein dan als een strijd om de gunsten van een wijfje. Zodra het tumult eenmaal ophoudt, heeft de verliezer net zoveel kans om door de poes uitverkoren te worden als de winnaar, die over het algemeen niets zal doen om haar van mening te laten veranderen.

Wanneer een kater gecastreerd is, daalt hij geleidelijk tot beneden in de rangorde en kan uiteindelijk zelfs door de groep verworpen worden... één van de pariakatten die als een soort zondebok de woede van eik ander lid van de groep op de hals krijgen en voortdurend mishandeld en aangevallen worden.

In tegenstelling tot mensen en apen, bestaat er bij katten geen rangorde die werkt volgens het systeem: A straft B en B straft C en zo verder de sporten van de ladder af. Slechts één kat regeert en zijn wil overheerst alle andere die, met uitzondering van de door de groep verworpen katten, alle hun eigen plaats onder hem innemen.

Maar een leider van een groep heeft niet alleen rechten, maar ook plichten. Zijn taak is de wijfjes in de groep te behoeden voor de attenties van vreemde katers en het gezamenlijk gebied te beschermen tegen indringers, die op zoek zijn naar voedsel. Hij is ook bijzonder loyaal aan de groep en helpt daardoor alle leden om in leven te blijven. Katten van lagere rang moeten meestal de bewakingsdienst op zich nemen en hebben de taak alle indringers te verjagen.

De rol van het wijfje
Onder in het wild levende katten is de belangrijkste sociale eenheid de moeder met haar jongen, waarbij sommige mannetjes de vaderrol krijgen toebedeeld. De rangorde onder de wijfjes wordt bepaald door het aantal nesten dat zij geworpen hebben; hoe groter het aantal, des te hoger is de rang van dat bepaalde wijfje. Een moeder met jongen staat echter hoger in rang dan alle andere wijfjes zolang zij haar jongen zoogt. De wijfjes werken in aanzienlijke mate samen bij het grootbrengen van hun jongen; beurtelings letten zij op de kleintjes of brengen zij voedsel aan de zogende moeders. Wanneer verscheidene poezen tegelijkertijd jongen werpen, komt het voor dat de families samensmelten zodat zij de taken als voeden, verzorgen en met de jongen spelen samen kunnen delen. Ervaren moeders helpen vaak wanneer een poes voor het eerst jongen krijgt, vooral als het een moeilijke bevalling is. Men heeft wel eens gezien dat zij de navelstreng doorbeten en de laatst geboren jongen schoonlikten.

Veel dingen die mensen doen, soms met de beste bedoelingen, hebben een averechtse uitwerking op deze gecompliceerde sociale structuur. Bij voorbeeld, een poes die na het krijgen van jongen gesteriliseerd wordt, gaat aanzienlijk achteruit in rangorde. Een poes die echter al gesteriliseerd wordt vóór ze haar eerste krolse periode kan krijgen zal waarschijnlijk nooit haar eigen plaats in de groep kunnen vinden en misschien gedwongen worden tot eenzaam isolement.

Zoals ik al vermeld heb, verliezen gecastreerde katers heel snel hun status. Tegenwoordig wordt nogal aangedrongen op campagnes om alle rondzwervende katers te castreren alvorens ze weer los te laten, maar toch is het noodzakelijk althans enkele katers ongecastreerd te laten zodat zij de rol van leider op zich kunnen nemen.

Het maatschappelijk leven van de tamme kat is vaak heel verschillend van dat van zijn wilde verwanten. Wanneer wij eraan denken dat ongeveer 70% van alle katers die als huisdier gehouden worden al voor hun volwassenheid gecastreerd worden, en dat in steden enorme hoeveelheden katten leven, dan is het niet verwonderlijk dat hun maatschappelijke orde aanzienlijke wijzigingen heeft ondergaan.

Zij staan veel toleranter tegenover elkander dan in het wild en zorgen voor 'neutrale' zones tussen hun gebieden waarop ontmoetingen zonder angst voor gevechten kunnen plaatsvinden. Hun gebieden worden zorgvuldig gemarkeerd en, als dit noodzakelijk is, wordt er ook voorzien in gemeenschappelijke paden. Wanneer zij gebruik maken van dergelijke routes vermijden de dieren elkaar nauwlettend: door middel van hun ogen en hun reukvermogen controleren zij of de kust veilig is. Als zij toevallig toch een andere kat ontmoeten, zullen de dieren vermoedelijk niet gaan vechten over het recht van doorgang, maar alleen gaan zitten en elkaar aanstaren. Heel vaak zal de schuchterste van de twee uiteindelijk de moed verliezen en het veld ruimen. Maar als ze geen van beiden willen toegeven, zullen er vermoedelijk steeds meer agressiesignalen geuit worden tot een van de twee het welletjes begint te vinden en ervandoor gaat. Wie bij zo'n gelegenheid overwinnaar wordt krijgt daardoor echter geen verhoogde status, want het is best mogelijk dat hij bij een volgende ontmoeting de verliezer zal zijn.

Het verstoren van hun maatschappelijke groepen en het belang van de mens in hun leven heeft ten gevolge, dat katten zich ook op andere manieren moeten aanpassen. Gewoonlijk brengt dit met zich mee, dat zij hun eigenaar als een lid van de groep beschouwen en zich tegenover hem of haar precies zo gedragen als tegenover een andere kat.

Wanneer u een kat eten en affectie geeft, zal hij daarop reageren door u op zijn eigen manier tederheid en liefde te betuigen. Hij zal zich aan u, als lid van zijn groep, verplicht voelen en vaak blijk geven van grote loyaliteit, zowel aan zijn eigenaar als aan zijn 'thuis'. Deze emotionele band is soms zo krachtig dat een kat bereid is duizenden kilometers af te leggen om weer met zijn eigen mensen verenigd te zijn.

Hoewel het niet waarschijnlijk is dat een kat, of welk ander dier dan ook, in staat is om dezelfde diepe en ingewikkelde gevoelens te koesteren als een mens, wordt in groepen katten toch dikwijls waargenomen dat een poes en een kater liefdevol met elkaar omgaan, bij voorbeeld door kopjes te geven, elkaar te verzorgen of elkaar te 'knuffelen', om dit woord eens te gebruiken. In dit laatste geval zit een paartje zij aan zij, met de wangen tegen elkaar aangedrukt en de koppen in dezelfde richting, een liefdevolle houding waarin zij vele minuten blijven zitten. Dit is vooral waarschijnlijk nadat de poes hun gezamenlijke jongen ter wereld heeft gebracht.

Katten begroeten elkaar heel vaak vriendelijk door elkaar beurtelings de kop voor te houden om te besnuffélen. Daarna lopen zij langzaam langs elkaar heen en wrijven de opgeheven koppen tegen elkaar, soms een keer maar ook wel meerdere malen, in snelle opeenvolging. Vervolgens gaan ze zitten en knipogen vriendelijk tegen elkaar, of ze gaan dicht tegen elkaar aan liggen.
Dergelijke gebaren worden ook gericht op degene die voor hen zorgt, vooral 'neusjes geven' en 'lip-wrijven' om te laten blijken dat de persoon in kwestie hun bezit is.

Katten hebben ook een aangeboren verlangen om de plaats waar zij thuis zijn te beschermen tegen allerlei gevaren. Dit hebben Terry Fackrell, zijn vrouw Christine en hun twee zoons Wayne en Stephen ervaren toen er laat in de nacht brand uitbrak in de huiskamer van hun woning in Bristol.
Christiene lag vast te slapen toen Zoë, hun Siamese poes, de trap oprende, op haar gezicht sprong en haar opgewonden begon te krabben. Christine begreep dat er iets aan de hand moest zijn, sprong haar bed uit, ontdekte dat er brand was en sloeg alarm. Dankzij Zoë kon het hele gezin zonder letsel uit het zwaar beschadigde huis wegkomen. De brandweerlieden waren zo onder de indruk, dat zij Zoë een 'beloning voor betuigde moed' gaven: twee blikken vis, waar ze dol op was.

De kat op jacht
Als dank voor de vriendelijkheid aan hen betoond brengen katten aan degenen die hen te eten geven een ‘voedselgeschenk’. Maar waarom, vragen kattenbezitters zich vaak af, worden dergelijke onplezierig uitziende gaven achtergelaten op op zulke ongeschikte plaatsen als een onopgemaakt bed, een stapel kleren of een geliefkoosde fauteuil? Het antwoord is heel eenvoudig: de kat kiest deze plaatsen omdat alles wat door mensen gebruikt wordt vaak in sterke mate hun geur draagt. Volgens de kat betekent dit dat de eigenaar zeer waarschijnlijk naar deze zelfde plaats zal terugkeren en het 'geschenk' dus beslist zal vinden.

Het is zowel nutteloos als wreed om uw kat hiervoor te beknorren of te straffen, want het is nu eenmaal een diep geworteld instinct, een erfdeel van zijn voorouders. Als u er de kat om bestraft, staat dit gelijk met uw beste vriend een klap in zijn gezicht te geven alleen omdat hij een mooi verjaarscadeau voor u heeft meegebracht. Als u graag een kat wilt hebben, zult u moeten aanvaarden dat u uw leven deelt met een roofdier wiens jachtinstinct een onvermijdelijk resultaat van zijn erfelijke trekken is.

Katteneigenaars protesteren soms dat het voor hun huisdier, dat altijd zo goed gevoed wordt, niet nodig is een ander dier te doden. Maar uit dit argument blijkt, dat men niet goed begrijpt hoe de diverse instinctieve behoeften bij de kat gereguleerd worden. Eten, jagen en vechten zijn handelingen die vanuit verschillende delen van de hersenen bestuurd worden en dit betekent dat een volle maag weinig verandert aan het verlangen van een kat om een prooi te besluipen en te doden. Wanneer een jonge kat eenmaal het genoegen van de jacht heeft gesmaakt, zal hij dit al spoedig zo de moeite waard gaan vinden dat het zich kan ontwikkelen tot een vast onderdeel van zijn gedragspatroon. En zodra dit het geval is, zal de lust tot jagen zo diep in hem verankerd zijn dat dit hem niet meer af te leren is. Afgezien van de oplossing uw kat altijd thuis opgesloten te houden, kunt u maar weinig doen om te verhinderen dat uw kat op jacht gaat, met alle - voor vele mensen onaangename -- consequenties hiervan. Het zal zeker helpen wanneer u een kattenjong uitzoekt dat op de leeftijd van 6 weken gespeend is en waarvan de moeder nooit enige interesse in jagen heeft getoond. Daarentegen, wanneer u een kat aanschaft om ratten en muizen weg te houden, moet u natuurlijk altijd een jong nemen van een poes die zelf ook met enthousiasme jaagt.

Het is ook mogelijk een jonge kat erop af te richten bij voorbeeld geen vogels te vangen. De methode die door diverse fokkers wordt aanbevolen is een speelgoedvogel en een waterpistool te gebruiken. Zet het vogeltje ergens in de tuin, aan het eind van een touw, zodat u het kunt laten bewegen terwijl u zelf op enige afstand verborgen zit. Zodra het katje de 'prooi' begint te besluipen, laat u het vogeltje even bewegen zodat het wat levensechter lijkt. Zodra het katje toespringt, bespuit u het met het waterpistool. Het kan helemaal geen kwaad, maar het is voor het dier een onaangename verrassing. Nadat het deze schok een paar maal gehad heeft, zou het zijn verlangen om vogels te besluipen en te doden best kunnen verliezen. Wanneer u hiertoe overgaat, is het van belang om uit het gezicht te blijven zodat het katje geen verband kan leggen tussen uw gedrag en de straf.

Zelfs als uw kat op jacht gaat, hoeft u zich niet extra van streek te maken of u erg schuldig te voelen, of aan te nemen dat de vogelstand door de activiteiten van uw kat ernstig geschaad zal worden. De meeste vogels zien kans aan de kat te ontkomen en zelfs gevangen en gedode vogels maken niet meer dan 25% van de jachttrofeeën van de gemiddelde kat uit. Misschien kunt u ook enige troost putten uit het feit dat katten bijzonder goed zijn toegerust om hun slachtoffers snel en gewoonlijk met weinig pijn om het leven te brengen.

Zij doden door middel van één beet achterin de nek; de lichte holte tussen schedel en lichaam werkt als een visuele stimulans waar de kat op reageert. Zodra zijn kaken zich sluiten, dalen de twee lange hoektanden met de scherpte van een rapier tussen de botten van de ruggengraat neer, waardoor de wervelkolom wordt doorgesneden en de dood onmiddellijk volgt. Ervaren katten doden doelmatiger dan jonge, onervaren dieren die, evenals een beginnend matador, wel eens een blunder begaan voor zij de juiste plek voor de coup de gráce vinden. Ook de snorharen van de kat spelen een gewichtige rol bij het vaststellen van de juiste plaats voor de dodelijke beet. Dit betekent dat dieren bij wie deze belangrijke tastorganen beschadigd zijn, vermoedelijk niet meer zo snel en accuraat zullen kunnen jagen als daarvoor.

Ratten en muizen die gevangen worden, trekken soms hun schouders op om de dodelijke beet onmogelijk te maken. Om deze prooi in verwarring te brengen, moet de kat het dier met kracht op zijn zij werpen alvorens opnieuw toe te springen, in de hoop de beet dan te kunnen uitvoeren. Grotere knaagdieren, zoals ratten, worden door de kat eerst met de poten geslagen om ze klein te krijgen. Deze handelingen geven aanleiding tot het denkbeeld dat een kat moedwillig wreed is en met zijn slachtoffers speelt. Maar zelfs als de kat de indruk wekt zich met sadistische plagerijen bezig te houden, bij voorbeeld wanneer hij het slachtoffer eerst laat ontsnappen om vervolgens opnieuw toe te slaan, dan moet men dit desondanks alleen zien als een aangeboren trek van de kat om zijn vaardigheld in het jagen en vangen voortdurend te oefenen en te vervolmaken.

Waarom katten ruimte om zich heen moeten hebben
Naar verluidt amuseren specialisten op het gebied van lichaamstaal zich wel eens op saaie feestjes met het uitvoeren van wat zij 'de cocktail-schuifel' noemen. Dit is een subtiele toepassing van niet-verbale communicatie en het werkt als volgt. Het slachtoffer dat wordt uitgekozen is iemand die er de voorkeur aan geeft de mensen gedurende een gesprek op armlengte afstand te houden. Ga te dichtbij staan en hij of zij zal meteen achteruit gaan om een bepaalde afstand te bewaren.

Degene die 'cocktail-schuifel' speelt, dringt nu langzaam en zorgvuldig op het 'verboden terrein' van de ander door en noodzaakt het slachtoffer achteruit te schuifelen om de voor hem vereiste lichaamsruimte te herstellen. Door heel geleidelijk opnieuw op te dringen, wordt hetzelfde resultaat wederom geboekt. Op deze wijze schijnt het de ware experts te lukken een geschikt slachtoffer de hele kamer door en terug naar het uitgangspunt te krijgen, zonder dat het de persoon in kwestie ook maar een moment opvalt!

Dit spelletje levert een goede illustratie van de noodzaak die iedereen in mindere of meerdere mate voelt om een zekere afstand ten opzichte van anderen te bewaren; om een ruimte rondom ons te scheppen die een onderdeel van ons lichamelijk welzijn wordt. Zodra deze persoonlijke levensruimte wordt geschonden, krijgen wij het benauwende gevoel dat onze 'privacy' geweld wordt aangedaan.

De hoeveelheid persoonlijke ruimte die wij nodig hebben varieert, afhankelijk van de omstandigheden van een ontmoeting en onze verstandhouding met de betreffende persoon. De meeste mensen voelen zich niet prettig wanneer onbekenden hen dichter naderen dan ongeveer 90 cm, hoewel vrienden op een afstand van 30 á 40 cm kunnen komen zonder ons een gevoel van onbehagen te geven. Mensen die intieme partners zijn benaderen elkaar natuurlijk nog dichter.

Katten hebben eveneens behoefte aan persoonlijke ruimte om hen heen, ofschoon hun gedrag in dit opzicht lang niet altijd duidelijk is. Bij sommige gelegenheden zal de kat een zekere afstand tussen hem en anderen willen bewaren en kan zelfs beledigd lijken als een mens op zijn onzichtbaar terrein durft door te dringen. Op andere momenten kan diezelfde kat behoefte hebben aan lichamelijk contact, met andere katten of met zijn eigenaar, en urenlang stijf tegen hen aangedrukt blijven liggen.

Roger Tabor, de schrijver van ‘The Wildlife of the Domestic Cat’, zegt dat de hoeveelheid persoonlijke ruimte bij katten die in groepen leven een uitstekende aanduiding is van de tijd die zij samen hebben doorgebracht en de affectie die tussen hen bestaat. Wanneer een groep pas bestaat, blijven de katten op grote afstand van elkaar, wel 4,5 m van hun naaste buur als zij eten, en minstens 1,80 m voor de rest van de tijd. Zodra een kat zich waagt binnen de persoonlijke ruimte van een andere kat, is de reactie òf een dreigend gegrom en tekenen van agressie òf een snelle aftocht.

Wanneer katten elkaar echter een redelijke tijd kennen, dan neemt dit verlangen om afstand te bewaren af tot zij tenslotte heel tevreden van hetzelfde bord eten en dicht tegen elkaar aankruipen als zij liggen te rusten. Wanneer u een groep zwerfkatten gadeslaat, let dan altijd goed op hoeveel ruimte zij tussen elkaar in acht nemen; dit geeft u een uitstekende aanwijzing over hoelang deze groep al bestaat,

In de jaren zeventig werd een zeer uitgebreide studie over wilde katten uitgevoerd door twee Engelse onderzoekers, David McDonald en Peter Apps. Zij besteedden maanden aan het observeren van een gevestigde groep, met als basis een boerderij in de stille dreven van Devon. Deze dieren kenden elkaar zo goed, dat er geen sprake van was dat één van hen een bepaalde afstand wilde bewaren. Zelfs slapend wilden de leden van de groep nog graag in elkaars nabijheid zijn; soms maakten zij slapend lichamelijk contact met hun vrienden; precies zoals huiskatten dat vaak 's nachts met hun eigenaars doen.

Katten van beide geslachten schijnen deze sterke behoefte aan lichamelijk contact te hebben. Nadat er jongen geboren zijn, neemt de kater bij voorbeeld soms de taak van de poes over, vlijt zijn lichaam om de kleintjes en beschermt enkele tussen zijn voorpoten; deze houding neemt bij gewoonlijk heel tevreden een uur of langer in. Kattenjongen vormen een uitzondering op de regel van de vereiste persoonlijke ruimte. Evenals heel jonge mensenkinderen leven zij zich soms helemaal uit in een vertoon van affectie of in periodes van onbeteugeld, wild spel.

Tamme katten hebben een veel minder sterk verlangen naar persoonlijke ruimte dan wilde of verwilderde katten en het komt heel vaak voor dat twee tamme katten al bij hun eerste ontmoeting met vriendelijke interesse op elkaar reageren.

Reuksignalen in de kattenmaatschappij
Afgezien van de speciale stoffen, de feromonen, waarmee een kát zijn eigendomsrecht op voorwerpen en personen aangeeft en de grenzen van zijn eigen terrein afbakent, speelt nog een andere wijze waarop geur gebruikt wordt een gewichtige rol in het reguleren van een kattengemeenschap. Mannelijke katten hebben namelijk de gewoonte een bepaalde plaats die speciale betekenis voor het dier heeft, zoals een boomstronk, een stijl of een grote steen, te besproeien met een zorgvuldig gerichte straal urine. Deze lucht die, in tegenstelling tot andere feromonen, voor mensen maar al te duidelijk merkbaar is, heeft nog een ander doel dan alleen de grenzen van het gebied te markeren. Door de hoeveelheid te variëren en subtiele verschillen in de reuk te bewerkstelligen, zijn katten in staat gegevens omtrent hun leeftijd, hun status en zelfs hun eigen identiteit over te brengen.

Kort geleden heb ik onderzocht of er verband bestaat tussen de dominante rol van een kat en de reactie van andere katten op zo'n 'sproeisignaal'. Wanneer een dier een hoge rang had, vermeden de andere het besproeide gebied nauwlettend. Dit gebeurde veel minder wanneer een kat van lagere rangorde het signaal had nagelaten. In veel gevallen wordt de plaats die aanvankelijk gemarkeerd is door een van de dieren opnieuw besproeid door met hem wedijverende katten. Dit komt algemeen voor en is vermoedelijk een teken dat de tweede kater zich meer ‘mans’ voelt dan de eerste. Wanneer de kat die de aanvankelijke markering had achtergelaten zag wat er gebeurde, vloog hij onmiddellijk op de indringer af, waarna deze zich meestal liet wegjagen maar er waren ook wel gelegenheden waarbij het tot een gevecht kwam.

Castreren doet het verlangen van een kater om iets te besproeien afnemen. Toch zal hij het misschien af en toe doen, vooral wanneer hij zich gespannen voelt, en dit is een punt om in overweging te nemen wanneer u zich afvraagt of u wel of niet met dit dier naar de dierenarts moet. Katten zullen ook sproeisignalen geven als zij het gevoel hebben dat hun gebied bedreigd wordt, zoals bij voorbeeld wanneer er meerdere dieren in hetzelfde huis wonen. Het is echter vaak mogelijk het sproeien binnenshuis te doen verminderen door het dier te eten te geven op plaatsen waar u niet graag wilt dat hij zijn 'markering' aanbrengt. Katten besproeien de plek waar zij eten slechts zelden en dit biedt dus althans enige bescherming. Het heeft geen zin de kat te straffen, ofschoon vele onervaren eigenaars dit doen omdat zij, ten onrechte, menen dat de kat niet goed zindelijk is. Het sproeien heeft niets te maken met een verlangen de blaas te ledigen. Katten vertonen vaak een gevoel van eigendomsrecht op het gebied dat zij bewonen dat soms haast aan obsessie grenst. Zij markeren het voortdurend niet diverse uitscheidingsproducten, zoals ontlasting, urine, speeksel of stoffen afkomstig uit de anale klieren of uit de oren. Deze signalen worden door andere dieren onderzocht door middel van zowel hun normale reukvermogen, alsook de reactie die bekend staat als flehmen. Soms reageren zij door op deze plaats hun eigen reuk achter te laten, bij voorbeeld door sproeien, of er niet hun kin of bek langs te strijken, of op andere wijze. Het is ook mogelijk dat de kat zal beginnen energiek over de grond te rollen en zijn lichaam met kracht over het gemarkeerde gebied zal wrijven. Katten hebben hier de neiging toe wanneer zij de geur ontmoeten die door een van hun vrienden is achtergelaten en later kunnen zij zelfs op deze plek gaan liggen slapen. Binnenshuis kan deze neiging ertoe leiden, dat uw kat enige oude kleren van u opzoekt om op te gaan liggen of zich in een onopgemaakt bed nestelt in plaats van de voorkeur te geven aan zijn eigen mandje waarin hij veel lekkerder ligt. Hiermee geeft hij aan dat hij u als een bevriend lid van zijn groep beschouwt en dat hij uw geur verkwikkend en ontspannend vindt. Sommige katten die okselgeur op afgedankte kleren van hun eigenaars bespeuren, zullen hier even heftig overheen gaan rollen en wrijven als wanneer zij ergens in een tuin kattekruid ontdekken, een plant met een geur waar bepaalde katten dol op zijn. Slechts ongeveer 50% van alle katten voelen zich tot deze plant aangetrokken (het is blijkbaar een geërfde neiging), wanneer dit het geval is raken zij als het ware in trance, hetgeen wel een kwartier kan duren. Het actieve ingrediënt van deze plant, nepetalactone, stimuleert dezelfde delen van de hersenen als LSD en marihuana; hieruit valt af te lelden dat de staat van intense verrukking waarin de kat verkeert gelijk staat aan een 'drug trip' bij een mens.

Het beeld dat wij, gezien al het voorafgaande, van de kat krijgen is dat van een dier dat, mits aan zichzelf overgelaten, een doorwrocht en zorgvuldig georganiseerd maatschappelijk leven opbouwt, met het doel het overleven van de groep als geheel te bevorderen. Om deze reden hebben katten een groot aantal rituele activiteiten ontwikkeld, vanaf het vaststellen van het leiderschap tot en met het vertoon van allerlei vormen van genegenheid. Zij hebben tevens geleerd hun gebied zó te markeren, dat dieren van diverse groepen ditzelfde terrein op andere tijden zullen kunnen gebruiken om er te jagen of te paren. Bovendien zorgen zij voor neutrale grond tussen verschillende gebieden om een plaats te hebben waar zonder gevaar voor vijandelijkheden ontmoetingen kunnen plaatsvinden.

Poezen zijn uitstekende moeders die samenwerken hij het grootbrengen van de jongen. Zij merken het snel als er gevaar dreigt en zijn in staat hun jongen over aanzienlijke afstanden te vervoeren om hen in veiligheid te brengen.

Als katten een eigenaar hebben, wordt degene die hen te eten geeft al snel geaccepteerd als lid van de groep en zal vaak hun goedbedoelde, hoewel enigszins gruwelijke, 'geschenken' in ontvangst kunnen nemen.

Hoe meer wij ontdekken over het privé-leven van de kat, des te groter zou ons respect voor hun goed geordende en georganiseerde gemeenschap moeten zijn. Toch wordt hun sociale leven op het ogenblik in de meeste delen van de westerse wereld bedreigd en het zou al spoedig voorgoed kunnen verdwijnen. Door selectief fokken en de toenemende domesticatie van de kat zou wel eens een ras kunnen ontstaan, waarin veel van de oude, waardevolle trekken óf onderdrukt worden óf geheel verloren gaan.

Bron: Het mysterie kat; de geheime krachten van uw huisdier (boek), David Greene
1985